Menu
dav

MNO de wereld rond met Joris Joore: Kirgizie en Bishek

Bishkek Birthday!

Nog steeds in Bishkek, waar ik afgelopen weekend mijn verjaardag heb gevierd. Het werd een bijzondere dag, met een prachtige verrassing uit Nederland. De stad is prima om bij te komen voor een aantal dagen, dat ben ik nu dus aan het doen, voordat ik weer de natuur in ga.

Het is ook wel lekker om een paar dagen niet veel om handen te hebben, of even niet onderweg te zijn. Na de spannende ervaringen met de grensovergang, en de benzineproblemen op de Pamir is het hier goed bijkomen. De hoofdstad van Kirgizië heeft niet veel bezienswaardigheden, maar de lanen zijn er breed, het klimaat is goed en met de grote voetbalschermen in een van de vele parken kun je het hier prima een weekje uithouden. Bovendien heb ik wat tijd over voordat ik de 15e juli in Almaty moet zijn, wat hier ongeveer 4 uur rijden vandaan is. Tot die tijd ga ik de binnenlanden van Kirgizië beter bekijken en uiteraard een paar dagen in een Yurt slapen.

Want de Yurt is toch wel de nationale trots van Kirgizië. Het staat symbool voor de vrijheid die het de bewoners al ruim 3000 jaar schenkt. De vlag van Kirgizië is zelfs gemaakt van de ronde cirkel die het dak van de tent moet voorstellen, met een paar spanten om het tentzeil, gemaakt van schapenhuid, omhoog te houden. De nationale identiteit begint zich langzaamaan te vormen in een land dat lange tijd moeite had uit te vinden wie of wat het nu eigenlijk was. Na de val van de USSR hadden veel Kirgiezen eigenlijk geen idee wat ze moesten zeggen wanneer gevraagd waar ze vandaan kwamen, en meeste zeiden nog gewoon dat ze Russisch waren. De laatste jaren vindt er echter een kentering plaats; de mensen zijn er trots op Kirgies te zijn en overal op straat zie je shirtjes en petjes met Kirgistan en de nationale vlag (een van de mooiste ter wereld in mijn ogen) er op.

Ze hebben dan ook best wat om trots op te zijn. Het land is werkelijk prachtig, met ongeveer 90% van het totale oppervlak dat bestaat uit berggebied. De meeste wegen zijn hier een verademing ten opzichte van omringende landen, en dat maakt het rijden hier fantastisch. Onderweg van Osh naar de hoofdstad Bishkek reed ik door een prachtige vallei met strak asfalt. De wegen waren omringd door bergen maar het hoogteverschil was niet zo groot dat het het doorrijden verhinderde. Op een gegeven moment kreeg ik dan ook goed de smaak te pakken. Sommige dagen rijd je op je motor en voelt het wat minder, op de een of andere manier gaat het niet lekker en je weet dat je op die dagen gewoon wat voorzichtiger moet zijn. Het is niet uit te leggen, het is een soort gevoel. Op andere dagen, en die komen er steeds meer hoe langer ik rij, gaat alles vanzelf en lijk je alles aan te kunnen. Die dag was er zo een. De motor deed alles wat ik van haar verlangde en reageerde overal direct op. De wegen waren strak genoeg om nauwelijks onder de honderd uit te komen, dus schakelen tussen de 4e en 5e versnelling. Je raakt als het ware in een soort trans waarin je versmelt met de machine. Het klinkt wat zweverig maar het gebeurde echt. Het is waanzinnig om mee te maken en voor je het weet ben je ruim 100 kilometer verder.

Ik wilde naar een van de bergmeren rijden, San Kol genaamd, maar het begon wat te regenen. En zoals ik al vermoedde; regen in het dal betekent sneeuw in de bergen. Van 30 graden en alle ritsen van de jas open, naar 7 centimeter sneeuw in een half uur. Teveel helaas om door te rijden dus ik besloot om te draaien en richting de hoofdstad te vertrekken. Jammer want ik keek erg uit om te overnachten in de Yurt, maar dat komt volgende week wel.
In Bishkek probeer ik deze dagen nog een wedstrijd van de nationale volkssport Buskashi te bekijken. Ik heb hier wel eens een documentaire over gezien maar ik wist niet meer dat het in dit land gespeeld werd. Het is een wat brute vorm van teamsport, en de Engelse vertaling is Dead Goat Polo…

Inderdaad, polo met een dode geit. Het klinkt net zo bruut als het is. Het wordt in Kirgizië in teams van 5 tegen 5 gespeeld, en in Tajikistan wordt het zelfs ‘ieder voor zich’ gespeeld. De mannen rijden op paarden en de bedoeling is een onthoofde geit naar de andere kant van het veld te brengen. Alles is onderweg toegestaan; je mag je tegenstander slaan met je zweep of vuist, en de paarden zijn getraind om de andere paarden een goede beuk te geven. Ik weet niet of de geit speciaal voor het spel gedood wordt, maar aan de andere kant, dit blijft centraal Azië, dus waarschijnlijk wel.

Geen sport voor watjes dus, en wanneer je dan ’s avonds op het scherm Ronaldo huilend op de grond zit wanneer hij weer een tikje heeft gehad denk je; voetbal is toch eigenlijk wel een sport voor watjes aan het worden. Ik denk dat Arjen Robben al bij de ingang van het Buskashi stadion zou gaan liggen. Het is meer een sport voor mannen met baarden, voor Jan, Piet, Joris en Corné, terwijl ze in Kirgizië niet eens baarden hebben. Van alle EK deelnemers zouden alleen de IJslanders mee mogen doen. Over IJsland gesproken, ik zag ze gisteravond winnen van de Engelsen. Nederland verloor volgens mij in de kwalificatie ook twee maal van het veredelde brandweermannen-elftal. Je moet je als land toch de ogen uit je kop schamen als je verliest van een land dat zo klein is, dat het een speciale App heeft ontwikkeld om er zeker van te zijn dat je geen familie van elkaar bent, voordat je van plan bent een meisje mee naar huis te nemen uit de kroeg….
In Osh heb ik eindelijk een nieuwe voorband weten te regelen. Het was helaas wat duurder dan wanneer ik dit uit Nederland had laten komen, maar het was de enige plek in centraal Azië die de banden op voorraad had liggen. Een paar Zwitsers heeft een reisbureau speciaal voor motorreizen opgezet in Osh en de plek was bezaaid met allerlei tweewielers. De plek was gelegen op een heuvelachtig gedeelte van de stad. Het gedeelte waar de Oezbeken leefden. De Oezbeken kun je herkennen aan een iets donkerder uiterlijk, en de plek had in Servië waarschijnlijk de bijnaam ‘Chocolat Hill’ gekregen dus.

Het was een feest om alle verschillende motoren bij elkaar te zien. Veel mensen verschepen hun motor naar Kirgizië om vervolgens zelf het vliegtuig te pakken en vervolgens daar de motor op te pikken. Er stond zelfs een motor die me bekend voor kwam. Op de afgelopen Horizons Unlimited meeting in Duitsland stonden we met onze tent naast een tweetal cliché-Duitsers; een stelletje dat met de motor was gekomen, maar vervolgens het hele weekend al rokend, etend en zuipend doorbracht. We hadden medelijden met de motoren omdat ze zoveel gewicht aan mens mee moesten nemen. Toen ik de Zwitser wees op de motor en vroeg hoe de eigenaar eruit zag, blies hij zijn wangen op en maakte zijn armen breed. Toen wist ik genoeg, dit was zijn motor. Hij had helaas pech gehad. Hij was ergens tegenaan gereden en zijn voorvork was krom. Voor de zekerheid vroeg ik nog even of hij niet toevallig tegen zijn vrouw aan was gereden…
Nieuwe band dus. Eindelijk. Ik wilde hem in Iran al laten vervangen vanwege het feit dat al het profiel er reeds afgesleten was, maar Osh, anderhalve maand later, was helaas de eerstvolgende mogelijkheid. Het rijdt toch een stuk fijner en zekerder met een mooie, profielvolle band! De motor heb ik ter plekke ook nog even afgespoten met wat chemicaliën, en alle olie en aangekoekte vetten verdwenen als sneeuw voor de zon. ‘Russian chemicals, the best in the world’, zei de Zwitser met een glimlach.
De tocht ging verder richting Bishkek. Het water is onderweg zo vers dat je het uit de stroom kan drinken. Het dieet onderweg bestaat verder voornamelijk uit koffie en snickers in de ochtend, mijn favoriete moment van de dag; het is een sport om de meest mooie plek voor koffie zetten te vinden elke keer. In de avond als ik kampeer is het vaak pasta. Spaghetti heeft de beste ruimte-in koffer ten opzichte van voedings-/vullingswaarde verhouding ben ik achter gekomen. En bovendien smaakt bijna alles wat je op een klein gasbrandertje, in een klein pannetje kan klaarmaken op een prachtige kampeerplek een stuk lekkerder dan thuis.
Het had flink geregend en de wegen veranderde in een modderbad. De pasgewassen motor was dus helemaal bruin geworden toen ik laat in Bishkek aankwam. Ik vond een wasserette en de twee jongens, die normaal gesproken alleen auto’s wassen, waren enthousiast een keer een motor te zien. Twee uur zijn ze bezig geweest met poetsen, wassen en in de was zetten. Op het eind waren ze zo trots op het resultaat dat ze een uitgebreide fotosessie met de motor verdiend hadden.
Omdat mijn verjaardag in zicht kwam vond ik het wel leuk om wat gezelschap te hebben. Vandaar dat ik wat haast gemaakt had richting Bishkek. Op de avond van de 24e, om 12 uur ’s nachts, werd ik omsingeld door 8 Duitsers, waarvan 1 met een gitaar. Het ‘zum geburtstag viel gluck’ klonk uit acht kelen en ik voelde me behoorlijk jarig, ook al was ik duizenden kilometers van huis. Ik heb een paar rondjes halve liters gehaald voor alle zangers en we hebben er een gezellige avond van gemaakt.

Overdag op mijn verjaardag heb ik niet veel gedaan. Het museum van schone kunsten in Bishkek bezocht, wat de moeite waard was, maar waar ik met een paar schilderlessen moeiteloos zelf ook had kunnen hangen. Ook heb ik nog een sauna bezocht, wat altijd wel relaxed is, zeker na wekenlang over slechte wegen te hebben gereden. De sauna’s zijn hier gescheiden, en een stuk heter dan ik gewend ben in Nederland. Ook vind men het normaal om zich te scheren in de sauna, en dan heb ik het niet over gezichtshaar. Even wennen dus maar toch lekker om even de alcohol eruit te zweten.
In de avond stond een skypeafspraak met Noortje en mijn ouders, die bij elkaar waren gekomen om mijn verjaardag te vieren, op het programma. Toen ik klaar zat en het videogesprek begon, wachtte er een enorme verrassing op me. Niet alleen Noortje en mijn ouders waren op het scherm verschenen, nee zo ongeveer al mijn vrienden waren er om mij een onvergetelijke skype-surprise-party te bezorgen. Heel erg leuk om iedereen te zien en erg dankbaar voor deze geweldige verrassing! Een van de gasten in het hostel was minder enthousiast met het luidruchtige gesprek midden in de nacht maar dat mocht de pret niet drukken. Ik grapte nog dat er meer mensen op mijn verjaardag komen wanneer ik er niet ben dan wanneer ik er wel ben. Volgend jaar maar doen alsof ik er niet bij kan zijn en dan alsnog op komen dagen… Nogmaals dank aan iedereen die er was!

De volgende dag heb ik de grote bazaar van Bishkek bezocht. Ik weet inmiddels wel hoe een bazaar eruit ziet; veel fruit en namaakkleding, maar als je geluk hebt is er ergens achteraf een sectie met tweedehands spullen. Stoffige Sovjetherinneringen als medailles, kleding en simpelweg ondefinieerbare voorwerpen zijn dingen waar ik van hou. Ik heb niets met het leger maar oude legerspullen vind ik meestal toch erg interessant op een of andere manier. Misschien is het een mannending.
Wat ik ook prachtig vind, en waar er in oude-sovjetlanden vaak veel van te vinden zijn; grote machines. Grote, bizarre, metalen apparaten waarvan je geen idee hebt waarvoor het gemaakt is, maar die eruit zien alsof ze met een simpele druk op een knop de halve wereld kunnen vernietigen. Fascinerend vind ik ze om te zien. Grote schakelpanelen met allerlei lampen en schakelaars, het mooist als ze van bakeliet zijn. Geen lullige led-lampjes of touch-bedieningen, nee grote zware schakelaars die rode gloeilampen laten branden. Schuiven die je met minimaal twee handen moet bedienen en knoppen die moeite kosten om in te drukken, maar die je het idee geven dat er echt iets gaat gebeuren. Elke man moet dit toch leuk vinden, anders ben je maar een halve toch? ☺

Wat dat betreft vind ik de Sovjetlanden wel iets hebben. Het heeft soms een wat grauwe sluier over zich, voornamelijk in de steden, maar het heeft ook z’n charme. Ik kan ook echt genieten van de typische Sovjet-architectuur. En dan bedoel ik niet de eindeloze rijen grijze flatgebouwen, maar de grootse werken. De theaters, de paleizen en de musea. Het zijn vaak imposante gebouwen van beton, maar ze zijn vaak vooral van binnen rijkelijk versierd. Grote bronzen plakkaten van boos kijkende mannen met snorren, houten vloeren en hoge plafonds vol versieringen. Het is het Russische antwoorde op de Art Nouveaux stroming die wij destijds in Europa kende.
Het leukst in dit soort landen vind ik eigenlijk de kleine verschillen. De dingen die niet direct opvallen maar die toch anders zijn. Je ziet het voornamelijk terug in verkeersborden. De borden met mannetjes erop die bijvoorbeeld oversteken zien er op het eerste gezicht hetzelfde uit, maar als je wat beter kijkt zijn er toch subtiele verschillen. De pose op de borden is anders en het postuur is niet hetzelfde als op de borden in Nederland. Ook dieren, koeien bijvoorbeeld, worden hier ander getekend. Ze maken zelfs een ander geluid als mensen ze nadoen om je duidelijk te maken om wat voor een dier het gaat. Mooie dingen.

In het hostel in Bishkek word ik wederom vergezeld door een bont reizigersgezelschap. Er is zelfs een Duitser met zijn Volvo op en neer aan het rijden naar Kirgizië. De Volvo heeft 400.000 kilometer gelopen maar de Duitser denkt dat hij het klokje nog wel een paar keer rond kan laten gaan. Ik geloof hem.

Het blijft ook leuk om te zien dat iedereen wel een guilty pleasure bij zich heeft. Als je op je motor of op de fiets rijdt is er maar een bepaalde hoeveelheid bagage die je mee kunt nemen. Er is gewoon niet genoeg ruimte op de tweewieler dus keuzes moeten gemaakt worden. Toch weet vrijwel iedereen die ik spreek ruimte te maken voor iets dat eigenlijk veel te groot, lomp of onnodig lijkt. In mijn geval is dat de hengel. De hengel in combinatie met de stoel. Omdat vissen fijner is met een stoel, en op een stoel zitten fijner is met een hengel. Veel mensen zijn verbaasd als ik ze vertel wat de stok is die uit een van mijn tassen steekt. Ik heb verder ook al een meisje ontmoet met een viool, iemand met een accordeon en een aantal met een gitaar. Het kan eigenlijk niet, maar het is leuker reizen mét.
Als ik zo de verschillende manieren van transport bekijk, kom ik toch altijd weer op de motor uit die het meest praktisch lijkt. Fietsen is leuk en lijkt goedkoper, maar het is fysiek zwaar en het feit dat je minimaal drie keer zo lang onderweg bent om ergens te komen maakt het geheel niet veel goedkoper dan de tank benzine die ik af en toe moet aanschaffen. Komt bij dat een liter hier 50 cent kost, en de meeste fietsers mimimaal twee keer zoveel moeten eten als ik op een dag. Fietsers kijken me altijd jaloers aan wanneer ze vragen hoeveel kilo bagage ik bij me heb, en ik antwoord dat ik werkelijk geen idee heb, omdat het helemaal niets uitmaakt, een kilootje meer of minder. De fietsers zijn echte ‘grammenjagers’, ze moeten het immers zelf de berg opduwen. Ik geef een tikje meer gas en betaal op het eind misschien een liter extra benzine, het zal allemaal wel. Aan de andere kant kijk ik soms jaloers naar de mensen die met een jeep hier zijn gekomen. Het oogt allemaal comfortabel; een koelkastje, een gasfornuis en vaak zelfs een uitklapbaar tweepersoons bed. Toch ligt mijn voorkeur bij de motor. Autorijden zelf is gewoon niet spannend en een manier om van A naar B te komen. Motorrijden doe je echt voor je plezier, omdat het gewoon erg leuk is om te doen. Ik zag laatst een sticker op een motor: ‘Only bikers know why a dog sticks his head outside a car-window’. Dat is het dus precies…

De politie vond het onderweg ook weer nodig me een aantal keer te stoppen. Dit keer werd ik zelfs uitgenodigd in de auto plaats te nemen om de videobeelden te bekijken. Inderdaad, daar reed Joris op zijn tweewieler, met 72 op de klok in plaats van de toegestane 60 kilometer per uur. ‘STRAF!’ zeiden ze tegen mij. Grappig, ‘straf’ is hier dus ook letterlijk het woord voor straf. Ja ik was erbij, busted, niets aan te doen. Ik heb bij gehouden hoe vaak ik ondertussen ben gestopt door de popo:
23 keer aangehouden
18 keer geflitst
11 boetes ontvangen
0 boetes betaald.

Vooral op die laatste statistiek ben ik erg trots en die wil ik graag zo houden. Helaas spraken de beelden voor zich en werd er 1000 som van me verlangd. De man bleef ‘straf’ roepen terwijl hij in zijn handen klapte. Hij pakte zijn pen en papier en zei dat hij toch echt een bekeuring ging schrijven. Later hoorde ik pas dat ze dat doen als waarschuwing. Ze willen helemaal niet schrijven want wanneer ze een bekeuring op een formulier invullen maakt dit het gelijk officieel. Voor de schrijvende agent is iets officieels niet wenselijk, want dan kunnen ze zelf het geld niet ontvangen, dan moet het naar de overheid.
Ik had nog niet in de gaten dat de dreiging iets te schrijven iets was dat voorkomen moest worden, en zei dat hij maar vooral zijn gang moest gaan. ‘Ok, gonna write a ticket now’. ‘Really gonna do it’. ‘Pen has almost touched the paper’. ‘Any second now’.

Ik bleef schaapachtig naar hem kijken, en zei in het Nederlands (mijn Engels is altijd als sneeuw voor de zon verdwenen zodra ik een uniform zie, heel gek) dat hij vooral moest gaan schrijven. Uiteindelijk legde hij zijn pen neer en zei dat ik na het betalen van 100 som (1 euro 20) weer mocht gaan. Ik zei weer nee en na vijf minuten vond hij het ook wel weer genoeg. Ik mocht gaan. Leuk spel blijft het, zolang het niet te vaak op een dag gebeurt.
Morgen vertrek ik richting de bergen, waar ik eindelijk in de yurt ga overnachten. Hoe vaker ik naar de vlag kijk hoe magischer ik het ding begin te vinden. De afbeelding op de vlag is letterlijk het eerste dat veel Kirgiezen zien wanneer ze ’s ochtends wakker worden en omhoog naar het plafond kijken. Het is gewoon een extreem gevoel van vrijheid wanneer je bedenkt dat je voor een paar honderd euro een tent kan gaan kopen, en die vervolgens overal waar je wilt neer mag zetten om te gaan wonen. Wie heeft een huis nodig als je een yurt hebt. De mooiste plekken liggen aan je voeten. Het ding is gemaakt om door slechts 1 kameel getransporteerd te kunnen worden, en weersinvloeden, hoe zwaar die hier ook kunnen zijn, hebben geen enkel vat op de cirkelvormige verblijfsplaats. Ook zal ik kijken of ik een paard kan huren voor een paar dagen. Ik ben niet zo van paardrijden, in Nederland hangt er vaak een soort truttige Anky-van-Grunsven-vibe omheen, maar hier in de bergen is het een ander verhaal. Een man, een paard, een grote adelaar op de schouder om je avondeten te vangen. Gaaf…

Tot de volgende!


About Author

Rico

Een met de paplepel ingegoten motor liefhebber die het liefst zo snel mogelijk gaat. Al vanaf jongs af aan sneller dan de flits van menig flitspaal. Een grote liefde voor Italiaans design, maar hij kan ook zeker genieten van de Japanse krachtpatsers of het geknal van een Harley-Davidson. Motto: "Niet bang zijn!"

Sorry no comment yet.

Leave a Comment