Menu
jj4j

MNO de wereld rond met Joris Joore: The Purple Heart

Het heeft even geduurd, maar hier is eindelijk weer een verslag ‘on the road’. Door het lange wachten op mijn motorfiets was het reisgevoel, en dus ook mijn schrijflust eventjes verdwenen. Jullie hebben het vast gemerkt aan mijn vorige verslag. Lief dat (sommige van) jullie de moeite hebben genomen om het te lezen, maar het ging natuurlijk nergens over.

Zo was ik bijvoorbeeld helemaal vergeten te vertellen over mijn tijd in Banff, samen met Judith. En samen met Adam, de barmedewerker die in zijn vorige leven waarschijnlijk Aquarobics instructeur was geweest.

Judith, ik en Anthony, een Australische vriend van Judith liepen dinsdagavond de Rose & Crown binnen, een bar in het centrum van Banff met elke avond live muziek. ‘Good evening everybody, my name is Adam and I will be your host tonight. I hope you guys have a super fantasctic time’ Hmm ok, een host, ik geloof niet dat we die nodig hebben in dit schimmige café. Bovendien zitten we een meter van de bar af, als we bier willen grijpen we wel even naar achteren. Maar Adam was host en dat zouden we weten ook. Het was inmiddels -5 graden buiten in Banff, maar Adam liep vrolijk in zijn korte broek waar zijn iets te dikke benen onderuit staken. Elke zin die hij vol enthousiasme inzette werd afgesloten met het opsteken van twee duimen. Deze man nam zijn werk serieus en hij wilde het ons naar ons zin maken. Ik geloof dat hij ook van de mannenliefde was maar dat doet er verder niet toe. Elke keer als hij langs kwam paraderen richtte hij zijn blik en woord op ons; ‘hi guys how is it going? Still ok? Let me know if you need anything right? Ok guys. Super. Have a great time!. Leuke vent, aardige vent, maar het niveau van enthousiasme was een beetje misplaatst. Maar we besloten aardig te blijven en elke vraag te beantwoorden met minimaal twee duimen de lucht in!

jj1j

Op de terugweg liepen we over de koude straten van Banff in het donker. Anthony nam de afslag en botste tegen een enorme elk (sportschoolhert) aan. Normaal gesproken zou je hier een hartaanval van krijgen maar Anthony reageerde alleen maar met een plat-Australisch ‘Faaking Annoying’… Judith en ik kwamen niet meer bij van het lachen.

De motor is inmiddels weer terug en het reisgevoel gelukkig ook. Er is een direct verband tussen de handen die mijn motor besturen en de handen die het toetsenbord aan de gang brengen, ze werken niet goed los van elkaar. Zonder motor maar met rugtas was ik de afgelopen weken maar een schimmige backpacker. Met de motor onder mijn kont ben ik ineens weer de ‘cool dude’ die in zijn eentje de hele wereld over gaat, en overal waar ik kom heb ik aanspraak. Het maakt een wereld van verschil, vreemd genoeg.

De afgelopen weken waren geen straf nogmaals, maar er gebeurde gewoon te weinig. Na al het geweld van Japan, Siberië en Mongolië is het brave Canada toch even wennen. Ik heb me, afgezien van de laatste week, ook niet echt verveeld, met prachtige uitstapjes naar de Rocky Mountains en naar Victoria Island. De laatste week was het toch wel uitzitten geblazen. De boot zou de 22e aankomen en ik hoopte de volgende dag gelijk de motor op te kunnen halen. Helaas bleek hele ambtelijke apparaat van Vancouver nog naar de motor te willen kijken en het duurde maar liefst zes dagen voordat het pakket eindelijk vrijgegeven werd. Komt bij dat de boot ook nog twee dagen vertraging had, dus al met al duurde het ruim een week langer dan ik ingecalculeerd had.

jj2j

Ik besloot de boot naar Victoria Island te nemen en dit te voet te gaan verkennen. Het Island zelf is groter dan Nederland dus dat bleek nog even tegen te vallen. De hoofdstad van Vancouver Island is Victoria, en al het scheepvaartverkeer richting Seattle en Vancouver komt hier langs. Op mijn telefoon had ik een app gedownload waarop je schepen kunt lokaliseren ,en in de avond kwam de NYK Demeter vanuit Tokyo, met hierop mijn motor aan boord, een paar kilometer van de kust af voorbij varen. Een mooi moment.

Op de pier bij de haven keek ik naar een groep passerende zeeleeuwen en naar een man die krabben aan het vangen was. We raakten aan de praat en hij vertelde me dat hij zijn avondeten bij elkaar aan het sprokkelen was. Hij werkte zelfstandig, hij ging garages af voor het spuiten van autobumpers. Hij bezat een huis op de heuvel dat door de gigantische huizengekte de laatste jaren in de omgeving van Vancouver was verdubbeld in waarde. Bizar blijf ik het vinden, het land is zo onmetelijk groot, er is zoveel ruimte, en toch kiezen mensen ervoor om voor astronomische bedragen bij elkaar rond steden te blijven klitten. Huizen worden hier ook gebouwd van hout. Het is moeilijk voor te stellen dat men bereid is ruim 6 ton neer te leggen voor een verzameling spaanplaten op een klein stukje grond. Zijn huis was inmiddels ook dit bedrag waard. Niet slecht voor een automonteur. Het valt me op dan handmatig werk in deze landen behoorlijk goed betaalt. De beste man verdiende op een goede dag ruim 1000 dollar met het spuiten van autobumpers. Hij was van plan om zijn huis te gaan verkopen, hij was het zat om elk jaar ruim 20.000 euro aan rente aan de bank te betalen en had zijn zinnen gezet op een aantal hectares land vlak buiten de stad. Van de winst op zijn huis kon hij dit makkelijk kopen en hij zou zelf een blokhut gaan bouwen om vervolgens de rest van zijn leven hypotheekvrij te leven. Niet slecht voor een bumperspuiter van 33 jaar. Hij had het systeem omzeild. Grote klasse en respect!

De dagen bracht ik door met hardlopen en lezen, het weer was prima met veel zon en af en toe wat regen, en het voelde een beetje als vakantie. Gelukkig kreeg ik dan eindelijk bericht dat ik de motor op kon komen halen in een loods vlak buiten Vancouver, en ik pakte de boot terug naar de stad.

De man die alles geregeld had wist me op het laatste moment te vertellen dat hij alleen in cash betaald kon worden voor de overtocht. Lekker is dat, 26 dagen de tijd gehad om geld te regelen en meneer vertelt mij een uur van tevoren dat hij alleen briefgeld accepteert. Het is lastig om een groot bedrag in Amerikaanse dollars op te nemen als je als buitenlander in Canada bent. Na een bank of vijf te zijn afgelopen had ik uiteindelijk het bedrag bij elkaar en vol goede moed pakte ik de Skytrain richting het kantoor van de agent.

Na betaalt te hebben bleek ik weer terug naar de stad te moeten om de papieren bij de douane van een stempel te voorzien. Het was inmiddels vier uur geweest dus het kantoor was reeds gesloten. Klote. Nog een dag in Vancouver. De volgende ochtend stond ik fris en fruitig om 8 uur in de ochtend voor het kantoortje met de papieren in mijn hand, ik kon niet wachten om op pad te gaan. Even een stempeltje halen en dan binnen vijf minuten weer buiten en op naar de loods.

Dat bleek natuurlijk niet het geval. De overijverige beambte begon te mierenneuken over een bedrag op de factuur dat niet leek te kloppen. Er ging iets mis bij de betaling van de zogenaamde ‘soil (vuil) check’ en de hele ambtelijke mallemolen werd in gang gezet. Dit was niet bevorderlijk voor mijn humeur, ik zat al op hete kolen en dit bureaucratische gezeik om kleine lettertjes deed mijn bloed koken.

Ruim twee uur heeft het geduurd. Twee fcking uur! Omdat meneer zat te zeuren over een verschil van ongeveer 50 cent op de factuur moest ik twee hele uren wachten en zijn tientallen telefoontjes naar jan en alleman aanhoren. Zet gewoon die stempel man doe niet zo moeilijk! Pleurt op met je soilcheck trouwens! De motor komt vanuit Japan, het mekka van regelvolgerij en punctualiteit. De hele motor is gesteriliseerd voordat ze de haven uit mocht, ze is nog nooit zo schoon geweest! Die hele soilcheck is een farce en onnodig. Dat weet ik, dat weet jij, alleen jij denkt dat je belangrijk bent omdat je bij de douane werkt. Met je bulletproof-vest. Trek het uit man, je hebt een kantoorbaan, doe niet alsof je ooit in een gunfight terecht gaat komen want het ergste wat je hier kan gebeuren is dat iemand je per ongeluk met een balpen in je onderarm prikt.

jj3j

Verschrikkelijk die bureaucratie. 26 dagen wachten en nu liep het spaak op een stempeltje. De man ging ongestoord verder met telefoontjes plegen en moest en zal erachter komen waar het verschil in bedragen vandaan kwam. Ondertussen werd ik steeds ongeduldiger maar het leek me het verstandigst om gewoon rustig te blijven zitten wachten en af en toe als een boer met kiespijn naar hem te lachen. Het liefst had ik hem aan zijn bulletproof vest over de balie getrokken en al zijn organen een voor een aan een soilcheck onderworpen. Met zijn hele lichaam onder de stempeltjes had ik hem vervolgens weer netjes in zijn stoeltje gezet.

De laatste week wachten en vooral deze laatste twee uur op het douane kantoor was veruit het zwaarste wat ik deze reis had meegemaakt. Ik begon zelfs weer terug te verlangen naar de 5 lekke banden in de stromende Siberische regen. Of de 8 dagen in de Mongoolse woestijn waarin ik geen sterveling had gesproken. Die situaties waren ook erg, maar daar had ik tenminste nog zelf invloed op. Dit gezeik met stempeltjes en regeltjes was vele malen erger. Motorrijden moet je ook eigenlijk doen in schimmige landen. Waar het niet uit maakt of je motor technisch 100% is of dat alle papieren wel in orde zijn. Landen waar alles is op te lossen met een extra dollar in de hand van een corrupte agent. Dat zijn de landen waar het veel prettiger manoeuvreren is. Canada is gewoon te gecultiveerd. Alles moet aan regels voldoen en alles moet in orde zijn. Er wordt geen enkele ruimte voor speling gelaten en het standaard antwoord bij het proberen van het omzeilen van de regels is; ‘Sorry Sir, company policy’. Bah…

Maar goed, het stempeltje was gezet en als een haas pakte ik de bus de stad uit, op naar de loods! Helaas bleek de bus maar tot halverwege de eindbestemming te gaan, wat erop neer kwam dat ik de laatste 7 kilometer moest lopen, inclusief de veel te onhandige bagage die ik bij me had. Maar goed, het wachten zou eindelijk beloond worden aan het einde van de weg. Bij de loods liet ik trots het formulier met de douanestempel zien en een heftruck bracht de grote pallet naar buiten. ‘MR JORIS JOORE, VANCOUVER’. Dat zal m wel zijn dacht ik.

Als een kind op sinterklaasavond vloog ik op de grote doos af en probeerde de verpakking eraf te scheuren met handen en tanden. Dat bleek wat lastig, aangezien het geen inpakpapier was maar hout met heel veel spijkers. Na tien minuten tevergeefs met de leatherman te hebben geprutst ben ik binnen maar een breekijzer en hamer gaan halen, en samen met een paar heftruckchauffeurs hebben we de box open gebroken. De motor tilden we samen eruit en na het aansluiten van de accu was daar het moment suprême. Na enige twijfel dan toch weer het vertrouwde geroffel uit de uitlaat, en zelfs de digitale tripmeter, die het al maanden niet meer had gedaan, sprong weer tot leven. Ik had haar gemist. Zij had mij gemist, en we waren blij dat we weer samen waren. We kirden van plezier.

Het was bewolkt in Vancouver maar in het zuiden leek er opklaring te zijn. Alsof de duvel ermee speelde brak exact bij het passeren van de Amerikaanse grens de zon door, een magisch moment!

De grenscontrole bij de Amerikaanse grens ging soepeler dan verwacht. Zoals ik al dacht van tevoren werd ik er wel uitgepikt om even in een kantoortje mijn verhaal te vertellen. Waarom in bijvoorbeeld in Iran was geweest en wat ik in Turkmenistan te zoeken had gehad. Gelukkig had ik de motor bij me vol stickers als bewijs dat ik toch echt enkel aan het reizen was. Bovendien had ik een Amerikaans visum, dat hielp ook mee.

‘Welcome to the United States of America sir, Have a great time’

Damn wat zijn Amerikanen toch cool. Alles klinkt gewoon net even toffer als het met een Amerikaans accent wordt gezegd. Niets ten nadele van Canada, maar Amerika is toch net een stapje vetter. Canada is waanzinnig mooi, de natuur is overweldigen en de mensen zijn er vriendelijk. Maar er mist toch iets. Een scherp randje bijvoorbeeld wat Amerika dus duidelijk wel heeft. Het is de suffige Canadese parkranger met zn zwarte hoed tegenover de Amerikaanse sherrif in zijn veel te grote Dodge.

jj4j

Tijdens de laatste dagen in Vancouver was de World Series of Baseball begonnen. De grote finale van het seizoen, vergelijkbaar met wat de Super bowl voor het American Football is. De Chicago Cubs spelen in een best of 7 series tegen de Cleveland Indians. Een speciale wedstrijd, zeker voor de Cubs, die hun laatste prijs ruim 106 jaar geleden in 1908 wisten te winnen. Een beetje het Feyenoord van het baseball dus. Het heeft ze de nickname ‘Loveble Losers’ opgeleverd en heel Amerika gunt ze de titel. Ware het niet dat de Cleveland Indians ook al sinds 1940 geen prijs meer hebben gepakt. Deze ‘prijzendroogte’ van ruim 175 jaar tussen beide teams levert dus een finale van epische proporties op. En Amerika zou Amerika niet zijn als hier niet een geweldige show omheen gemaakt wordt. Op tv zie je de hele week al bejaarden in clubtenue zitten die vertellen dat ze hun hele leven al fan zijn maar nog nooit een prijs hebben gepakt. Ze zouden niets liever willen dan hun team te zien winnen voor hun dood. De eerste T-Ford kwam uit toen de Cubs voor het laatst kampioen werden en Truman was president toen de Indians het voor het laatst waren.

Het eerste duel van de finale stond op het punt van beginnen en ik ging er, samen met de rest van Amerika, eens goed voor zitten. Sportwedstrijden beginnen in Amerika standaard met het spelen van de Star Sprangled Banner, het Amerikaanse volkslied. En bij een wedstrijd van deze grootte werd alles ingezet. Een enorme Amerikaanse vlag, zo groot als het hele baseballveld werd uitgerold en een Amerikaans Idols-sterretje met lang blond haar werd de eer gegund het prachtige lied in te zetten. Geen fanfare of muzikale ondersteuning, nee gewoon a-capella. 80.000 man in het stadion gingen staan en hielden de hand op hun hart. Het meisje zong fabelachtig mooi, en het lied schalde door de nacht en uit elke tv in elke Amerikaanse huiskamer. Amerika hield zijn adem in en bij de laatste tonen zag je iedereen vol spanning wachten.

‘Over the laaaaand of the freeeeee….. aaand the hooooome off the braaaaaaveee….!!!

Waanzinnig. Uitzinnig. Vuisten werden gebald en mensen schreeuwden het uit. Exact op het moment van de laatste noten barstte er een groot vuurwerk los boven de het stadion en drie straaljagers vlogen met een enorm kabaal over, met uit hun staart rood-wit-blauwe rook.

Manmanman, kippenvel. Ik ben niet eens Amerikaan maar ik had de tranen in mijn ogen. Wat een waanzinnig mooi moment. Het is niet eens mijn land en het is niet mijn volkslied, maar wat een show. Ja het is kitsch. Ja het is over the top. Het is schreeuwerig en het is megalomaan. Maar het is vooral heel Amerikaans. Met veel gevoel voor show en spektakel. Met eergevoel en met trots. Wat een gaaf land.

Ik heb de tekst van het volkslied de volgende dag opgezocht. Het is in het Oud-Amerikaansch dus wat lastig te begrijpen, maar het is een schitterend lied. Ons volkslied gaat over hoezeer wij de koning van spanje eren en hoe we lekker van Duitsen bloed zijn met zn allen. De overige 176 coupletten gaan over hoe goed onze Lieveheer wel niet is, en dat alles op een ultra-suffe melodie. Kansloos.
Het Amerikaanse volkslied daarentegen zit vol vaderlandsliefde en trots. Over een veldslag aan de voet van een heuvel ergens in 1800. Waar bovenaan de heuvel de rood-witte vlag vol sterren trots wappert. En aan het einde van een lange dag vol bommen en granaten, waarin de hemel oplicht van vuur en geweld, wappert diezelfde vlag nog steeds. Hij wappert over het land van de vrijgevochtene, en over het huis van de dapperen…. Zo hoort een volkslied te zijn.

Van vaderlandsliefde en patriottisme zijn ze hier niet vies, dat merk je direct als je de grens over gaat. Ik pakte de Interstate 5 richting Seattle. De weg word ook wel de Purple Heart Highway genoemd, naar de hoogste legeronderscheiding. Elk dorp of elke stad die je binnenrijdt verwelkomt je met een bord waarop staat dat ook deze stad achter de troepen staat en respect heeft voor de veteranen. Ook de Trump posters zie je veelvuldig langs de weg. De support voor Hillary is minder fysiek aanwezig maar ik denk dat dat komt omdat de grootste schreeuwers (Trump-stemmers) de meeste behoefte hebben om zich te laten horen.

Onderweg naar Seattle kwam er ineens een motorrijder naast me rijden, hij maakte een gebaar met zijn duim en pink. Ik dacht dat het een soort surfgebaar was en deed het terug. ‘Ride on Dude’!. Hij pakte de afslag en ik reed vrolijk onnozel door. Een paar minuten later reed hij weer naast me en deed hetzelfde gebaar weer. Hij bedoelde te vragen of ik zin had in een drankje.

We stopten bij de afslag en ik gaf hem een hand. Joe was onderweg op zijn Triumph naar een vriend van hem die een kroeg heeft in een stadje aan de kust. Hij nodigde me uit voor lunch en we reden verder. De vriend van Joe had een prachtige bar aan de haven, met vele bieren van de tap. Normaal gesproken drink ik geen druppel als ik rijd, maar ik kon deze uitnodiging niet afslaan en hij serveerde me een heerlijke zelf gebrouwen IPA. Het was een verademing om bier met smaak te drinken. Bier brouwen kunnen ze namelijk niet in Amerika, net zoals ze waardeloos zijn in het maken van smaakvolle kaas en brood.

Wat is de overeenkomst tussen Amerikaans bier en seks in een kano? ‘It’s both f*cking close to water’… J

jj5j

Joe was een vriendelijke baas en hij vertelde me over mooie routes die ik richting Seattle kon nemen, in plaats van alleen maar over de Highway te rijden. We aten wat en kletsten over motorrijden. Op een gegeven moment vroeg ik hem naar de verkiezingen en wat zijn voorspelling was. Hij schudde zijn hoofd en vroeg zich af ‘How did this happen?’ verwijzend naar de toch wel spannende strijd tussen Trump en Hillary. Veel spannender dan het zou moeten zijn, is de algemene opinie.

‘How did this happen?’ ‘You guys made this happen’ zei ik tegen hem, en ik probeerde niet al te belerend over te komen. Jullie verwarren politiek met spektakel. Er is notabene een oud bodybuilder gouverneur geworden van Californië. De ‘gouvernator’ is verantwoordelijk voor een van de grootste economieën ter wereld. Jullie hebben een verkiezingssysteem geschapen waarin degene met het meeste geld en de grootste mond een serieuze kans op de hoofdprijs wordt geboden. En nog vinden jullie het raar dat Trump een goede kans heeft? De man wiens oneindige rijkdom slechts wordt geëvenaard door zijn oneindig grote mond. Natuurlijk heeft hij een kans, die wordt hem namelijk geboden door jullie!

Ik denk dat de meeste Amerikanen een beetje hetzelfde gevoel hebben als veel van de Britten na de Brexit. In het begin is het allemaal leuk en aardig om dwars te liggen en te schreeuwen, maar als er op een gegeven moment een definitieve beslissing wordt genomen ontstaat er een collectief: ‘Ow shit, die zagen we niet aankomen. Now what?!

Het wordt dus nog een interessante strijd die verkiezingen. Niemand denkt dat Trump het gaat worden maar aan de andere kant denkt iedereen; hij is al zover gekomen, je weet maar nooit. De vuilbekkerij en zwartmakerij gaat onverstoord door en ik volg het op de voet. En hoe smerig het ook is, het is wel weer op en top Amerikaans. Veel drama, geschreeuw en emotie. Toch wel leuk.

Ik hou er wel van. Amerika. De mensen zijn supervriendelijk en iedereen staat te popelen om een praatje met je te maken. De meeste mensen vinden het vreemd dat je zoveel landen bent doorgereden en de eerste vraag is vrijwel altijd of het ‘safe’ was. Toch raar. De grote stoere Amerikanen blijven toch altijd op zoek naar een gevoel van veiligheid en zien de buitenwereld doorgaans als iets engs. Ik vertel ze dat bijna elk land ter wereld veilig genoeg is om in je eentje door te reizen. Misschien zouden jullie wat vaker de wereld in moeten trekken om deze te ontdekken, in plaats van alleen op pad te gaan om met jan en alleman oorlog te voeren, zeg ik ze met een knipoog…

jj6j

Mooi land dus dat Amerika. Ik volg de kustroute richting San Francisco. De befaamde 101. De Route 66 mag dan de naam hebben, de 101 is werkelijk magistraal. Via de eilanden voor Seattle, waar ik per ferry en motor overheen scheur, rijd ik Oregon State binnen. De hele kustroute heb ik gevolgd en het was fantastisch. Het weer zat mee en de weg volgde de grillige kustlijn van de Pacific Ocean. Langs grote rotsten waarop tientallen meters hoge golven beukte, dwars door heuvelachtige wegen omsingeld door enorme bomen. Het zijn nog net niet de reuzenbomen, Sequoia’s, die je vindt ten Zuiden van San Francisco, maar deze doen er niet veel voor onder.

Inmiddels ben ik in Californië, in het plaatsje Crescent. Het weer was wat minder gister en vandaag is er regen voorspelt. Ik heb besloten nog een nachtje te blijven in het klassieke Motel, zo eentje waar je je auto recht voor de deur parkeert. Vanavond is het Halloween, benieuwd of de kids ook langs mijn deur komen. Woensdag moet ik in San Francisco zijn. Mijn ouders komen me opzoeken en gezamenlijk gaan we een aantal dagen rondreizen langs de steden en Nationale Parken.

De laatste weken van mijn reis zijn aangebroken, maar er volgt een heerlijk toetje..

Tot de volgende…


About Author

Rico

Een met de paplepel ingegoten motor liefhebber die het liefst zo snel mogelijk gaat. Al vanaf jongs af aan sneller dan de flits van menig flitspaal. Een grote liefde voor Italiaans design, maar hij kan ook zeker genieten van de Japanse krachtpatsers of het geknal van een Harley-Davidson. Motto: "Niet bang zijn!"

Sorry no comment yet.

Leave a Comment